(function(w,d,s,l,i){w[l]=w[l]||[];w[l].push({'gtm.start': new Date().getTime(),event:'gtm.js'});var f=d.getElementsByTagName(s)[0], j=d.createElement(s),dl=l!='dataLayer'?'&l='+l:'';j.async=true;j.src= 'https://www.googletagmanager.com/gtm.js?id='+i+dl;f.parentNode.insertBefore(j,f); })(window,document,'script','dataLayer','GTM-PL4B7C6');

Workshop “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling”

Door: Anja Dijkhuis

Uit bevolkingsonderzoek blijkt dat er in Nederland ongeveer 1.000.000 mensen slachtoffer zijn van incidenteel huiselijk geweld (1 tot en met 10 keer per jaar). Ruim 200.000 personen zijn slachtoffer van ernstig, structureel of evident huiselijk geweld. Elk jaar worden in Nederland ruim 118.000 kinderen mishandeld. De Wmo 2015 is verantwoordelijk voor de aanpak en preventie van kindermishandeling en huiselijk geweld.

Elke professional kan in zijn of haar werk situaties tegenkomen die vragen oproepen over de veiligheid van cliënten. Deze workshop richt zich op het werken met de Meldcode Huiselijk Geweld & Kindermishandeling. Wat zijn de verantwoordelijkheden en welke handelingsmogelijkheden zijn er voor u als professional in de dagelijkse praktijk? Tijdens deze workshop krijgt u handvaten hoe om te gaan met vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Dit complexe onderwerp wordt op een interactieve besproken.

Na deze workshop bent u:

  • op de hoogte van de theoretische achtergronden van huiselijk geweld & kindermishandeling;
  • op de hoogte van de signalen van huiselijk geweld & kindermishandeling;
  • in staat om zorgen over een kind objectief en concreet te omschrijven;
  • zich bewust van de eigen rol als beroepskracht in het signaleringsproces;
  • in staat om actief vorm te geven aan verantwoordelijkheden in het signaleren en handelen ten aanzien van huiselijk geweld & kindermishandeling;
  • in staat om te gaan met vermoedens en signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld op persoonlijk en professioneel gebied;
  • in staat om te werken met de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en de Kindcheck;
  • in staat tot reflectie over (mogelijke) persoonlijke drempels en de grenzen aan hun professionele verantwoordelijkheden;
  • op de hoogte van de werkwijze en mogelijkheden van Veilig Thuis en andere relevante instellingen.